Impulscontrole bij honden: 10 oefeningen om thuis te oefenen

Impulscontrole bij honden

Heb jij een hond die overal direct op reageert, moeilijk kan wachten of snel overprikkeld raakt? Dan ben je zeker niet alleen, want deze gedragingen zie ik dagelijks in mijn werk met honden en hun baasjes. Gelukkig kun je je hond helpen om hier beter mee om te gaan door impulscontrole te oefenen.

Maar wat is impulscontrole eigenlijk? Waarom is het belangrijk en hoe kun je dit thuis trainen? In dit artikel leg ik het uit en geef ik je 10 praktische impulscontrole-oefeningen voor honden waar je direct mee aan de slag kunt.

Wat is impulscontrole bij een hond?

Impulscontrole betekent dat een hond leert om niet altijd direct te reageren op wat hij ziet, hoort, ruikt of graag wil hebben.

Denk bijvoorbeeld aan een hond die een speeltje ziet en het meteen wil pakken, een hond die naar een andere hond wil rennen of een hond die bij de voordeur direct naar buiten wil rennen.

Het doel van impulscontrole is niet dat je hond helemaal niet meer reageert, want we willen zijn gedrag niet onderdrukken. Prikkels blijven interessant en sommige reacties zijn heel normaal. Wat is dan wel het doel? Je leert je hond om even te wachten, zichzelf beter te reguleren en een andere keuze te maken.

Plaatstraining hond

Waarom is impulscontrole belangrijk?

Een goede impulscontrole kan het dagelijks leven een stuk makkelijker maken. Vooral voor honden die altijd heel snel “aan” staan. Je hond leert dat hij niet overal direct op hoeft te reageren en dat rustig wachten ook iets kan opleveren.

Dit kan helpen bij situaties zoals:

  • andere honden of mensen tegenkomen
  • wachten bij de deur
  • rustig blijven tijdens het wandelen / niet trekken aan de lijn
  • eten en speelgoed
  • begroetingen
  • nieuwe of spannende situaties

Eigenlijk heeft iedere hond baat bij het leren omgaan met impulsen. De ene hond heeft hier alleen wat meer begeleiding en oefening bij nodig dan de andere.

Belangrijk daarbij is dat impulscontrole niet alleen bestaat uit “nee” zeggen. Je wilt je hond juist leren wat hij wél kan doen en hij moet begrijpen wat er van hem verwacht wordt.

Leestip: Ontdek hier wat teveel stress doet met je hond.

10 oefeningen voor impulscontrole bij je hond

Je hoeft geen lange trainingssessies te doen. Een paar minuten per keer is vaak al voldoende en de meeste oefeningen kun je makkelijk integreren in jullie dagelijks leven. Kijk goed wat jouw hond aan kan en bouw de moeilijkheid langzaam op.

1. Wachten op de voerbak

Zet de voerbak neer terwijl je hond rustig blijft wachten. Voor veel honden is het makkelijker als ze zitten, maar je hond mag ook wel staan of liggen.

Wil hij meteen naar het eten? Neem de voerbak terug en wacht totdat hij weer rustiger wordt. Beloon rustig gedrag vervolgens door toestemming te geven om te gaan eten.

Tip: maak het niet onnodig moeilijk. Je hond moet niet minutenlang wachten.

2. Het speeltje pas pakken op uitnodiging

Speel met een speeltje, maar leg het daarna even stil of gooi het weg zonder dat je hond er achteraan loopt.

Wacht tot je hond rustig blijft en geef vervolgens een duidelijk signaal dat hij het speeltje weer mag pakken. 

3. Snoepje op de grond

Leg een snoepje op de grond en voorkom dat je hond het direct pakt. Houdt hem desnoods aan een lijn. 

Zodra hij even wacht of zijn aandacht van het snoepje afhaalt, beloon je hem met iets lekkers uit je hand.

Gaat dit goed? Dan kun je de oefening langzaam moeilijker maken.

4. Wachten bij de deur

Loop naar de voordeur en wacht eventjes voordat je hem gaat openen. Is je hond onrustig en probeert hij meteen door de deur te stormen? Doe hem dan niet open (of meteen weer dicht).

Wacht op een moment waarop hij iets rustiger is en doe de deur weer open. Ga zelf eerst door de deur en laat je hond even wachten. Is er nog steeds rust? Geef hem dan toestemming om rustig naar buiten te gaan.

Dit kun je ook oefenen bij een tuinpoort of autodeur.

5. Rustig blijven terwijl jij beweegt

Laat je hond op een vaste plek liggen of zitten terwijl jij een paar stappen wegloopt.

Kom meteen weer terug en beloon hem als hij blijft wachten. Bouw de afstand en duur langzaam op.

Tip: Dit is ook een hele belangrijke oefening voor honden met verlatingsangst.

Impulscontrole oefenen

6. Aandacht terug naar jou

Tijdens een wandeling kan er van alles gebeuren. Wacht op een moment waarop je hond een prikkel ziet en kijk of hij uit zichzelf weer contact met jou maakt.

Kijkt hij naar jou? Beloon dat meteen. Je leert je hond hiermee dat hij niet iedere prikkel hoeft te volgen en dat contact met jou ook iets oplevert.

7. Een speeltje loslaten

Tijdens het spelen vraag je je hond om het speeltje los te laten. Zodra hij dat doet, kun je het speeltje meteen weer aanbieden.

Zo leert hij dat loslaten niet betekent dat het leuke moment voorbij is, maar dat het juist weer iets leuk oplevert. 

8. Eerst rustig, daarna spelen

Veel honden worden ontzettend enthousiast van spelen. Dat is prima, maar je kunt ook oefenen met schakelen.

Speel kort en stop daarna. Wacht tot je hond weer wat rustiger wordt en begin vervolgens opnieuw.

Zo oefen je niet alleen impulscontrole, maar ook het schakelen tussen actie en ontspanning.

9. Langs een prikkel lopen

Begin met een prikkel die je hond interessant vindt, maar die nog niet te moeilijk is.

Dat kan bijvoorbeeld een speeltje, snoepje, persoon of andere hond op voldoende afstand zijn. Beloon je hond wanneer hij de prikkel opmerkt en vervolgens weer aandacht voor jou heeft.

Tip: De afstand is hierbij belangrijk. Maak het niet zo moeilijk dat je hond niet meer kan nadenken.

10. Een eigen rustplek

Leer je hond dat een bepaalde plek een fijne plek is om tot rust te komen.

Dit kan een mand, bench of dekentje zijn. Beloon je hond als hij rustig op zijn plek ligt. Begin met korte momenten en bouw dit rustig uit.

Een hond die kan ontspannen, hoeft niet overal en altijd “aan” te staan.

Impulscontrole oefening

Veelgemaakte fouten bij impulscontrole oefenen

Impulscontrole trainen betekent niet dat je hond zo lang mogelijk moet wachten of zoveel mogelijk prikkels moet negeren.

Een paar dingen zijn daarom belangrijk:

  1. Maak het niet te moeilijk. Kan je hond de oefening niet uitvoeren? Maak hem dan eenvoudiger.
  2. Beloon goed gedrag. Wachten, rustig blijven en contact maken zijn allemaal dagelijkse gedragingen die je kunt belonen.
  3. Werk in kleine stapjes. Een paar succesvolle herhalingen zijn waardevoller dan één moeilijke oefening die mislukt.
  4. Vergeet ontspanning niet. Na inspanning heeft je hond ook tijd nodig om te spelen, snuffelen en tot rust te komen.

Hoe vaak moet je impulscontrole oefenen?

Je hoeft hier geen lange trainingssessies voor in te plannen. De oefeningen kun je allemaal prima meenemen in jullie dagelijkse leven. Juist door korte momenten gedurende de dag kun je impulscontrole goed oefenen. 

Bijvoorbeeld voor en tijdens het wandelen, voor het eten of tijdens het spelen.

Aan de slag met impulscontrole

Impulscontrole leren kost tijd en vraagt om herhaling. Begin daarom met een oefening die voor jouw hond haalbaar is en bouw vanaf daar verder.

Kijk goed naar je hond: kan hij nog nadenken en leren? Dan zit je waarschijnlijk op een goed niveau. Raakt hij gefrustreerd, overprikkeld of lukt niets meer? Dan mag je een stapje terug nemen.

Kleine stapjes, veel succeservaringen en voldoende ontspanning maken het trainen leuk en waardevol.

Heb je vragen over een van deze impulscontrole-oefeningen, hulp nodig bij het oefenen of wil je gewoon een leuk filmpje van een oefening delen? Stuur gerust een mailtje naar info@ziska.nl.